|
Geen plek voor theater in Arsenaal
Het einde van het Vrijdagtheater?
|
Zaterdagavond. Het kleine theater aan de Groesbeekseweg stroomt vol met publiek, dat komt kijken naar Vrijdag van Hugo Claus. "De vertolking is een afscheid van de Werkplaats. Van 20 jaar Vrijdagtheater", meldt het programmaboekje. In elk geval moet het theater op 1 september deze ruimte verlaten. Ad Beukering, 59 jaar, drijft sinds 1982 samen met zijn vriendin Heleen van den Berg het Vrijdagtheater. Op de binnenplaats temidden van vogelgekwetter een gesprek met hem over Vrijdag en het naderend onheil. "Het Vrijdagtheater kan ophouden te bestaan, net zoals Teneeter op zn gat gevallen is." |
"De gemeente is verplicht tot een groter commitment."
foto: Judith van der Graaf
|
Via een schuurtje met gereedschap en een brandtrap wordt het publiek langs een binnenplaats naar de voorstelling geleid. Tijdens de laatste vertoningen van Vrijdag werden drie van de vier rollen door Ad Beukering zelf gespeeld. En dat zon drie en een half uur lang. "Ik moet wel af en toe op papier kijken waar ik gebleven ben, maar niemand zegt dat het storend was. Je krijgt als publiek inkijk in het maken van het stuk zelf. Je gaat niet op in een andere wereld, maar je wisselt voortdurend tussen werkelijkheid en illusie. Het moeilijke van het spelen is altijd, dat het publiek het idee moet krijgen dat het de speler op dat moment zelf invalt. Maar meestal kun je zien dat de speler het van buiten geleerd heeft. Eigenlijk moet je perfect in het moment zitten. Doordat je je in drie rollen inleeft, moet je steeds heen en weer springen. Er zit iets onverwachts in en daardoor heb je geen tijd om te anticiperen.
"Ik heb Vrijdag in 1969 voor het eerst zien spelen en was zo onder de indruk dat ik er een scriptie over heb geschreven. Later heb ik dit theater ernaar vernoemd. Vrijdag komt van Freia, de godin van de liefde. En toch is uitgerekend die dag de dag van onthouding geworden. Ik heb dat nog meegemaakt, dat we thuis op vrijdag geen vlees aten en dat er seksuele onthouding was. Althans, dat heb ik later begrepen, want mijn ouders praatten daar nooit over. Wij leven in een christelijke traditie die lichaam en geest opsplitst in twee verschillende dingen. Dat is waar Vrijdag zich tegen verzet."
"Those who see any difference between soul and body have neither", citeert Beukering Oscar Wilde in het programmaboekje, en: "Naarmate het evolutionaire verband tussen lichaam en geest begrepen wordt, verdwijnt de prikkel tot godsdienst."
"Ik bewonder Hugo Claus zo, dat sommige mensen die mij goed kennen me bijna te fanatiek vinden. Maar hij is een volbloed theaterschrijver. Zowel fysiek als geestelijk zijn zijn stukken altijd geweldig om te doen. Buitengewoon speelbaar."
VLAMMETJE
"Toen ik student Nederlands was, ben ik bij een amateurvereniging gaan spelen. Van de regisseur kreeg ik toen een mooie rol en toen was ik zo verguld dat er een vlammetje begon te branden. Het leuke aan toneelspelen is dat je lekker bewegen kunt, dat je niet aan een bureau hoeft te zitten. Als je toneel speelt, betreed je een wereld waarin je anders niet komt. Op een gegeven moment was ik zover met toneel dat ik behoefte had aan een eigen ruimte, geen wijkcentrum of een klaslokaal. Deze ruimte was sinds 1937 in mijn familie als werkplaats. Mijn opa zat hier en daarna mn vader met een electrotechnisch bedrijf. Mijn vader had zich net uit het werkplaats teruggetrokken en toen ben ik naar de eigenares gegaan om te vragen of ik deze ruimte over kon nemen als theater. Ze kende mij al, en had er wel vertrouwen in. Het was een woestenij toen we hier kwamen. We hebben het hieronder uitgegraven, een terras gemaakt, de wcs hersteld, kantoortje gebouwd, deze overkapping aangelegd. In het begin ging het met grote angst gepaard. Ik was leraar drama toen ik hier kwam en ben me daar langzaam van gaan losmaken. Op een bepaald moment heb ik niks anders meer gedaan dan dit, dat is angstzweet in de nacht hoor. Ik kom niet uit een familie waaruit grote acteurs voortkwamen. Dan zet je een traditie voort, maar dat is beslist niet het geval. Ik wist ook echt niet of ik wel voldoende talent had. Ik heb wel enorm veel steun gehad van Heleen van den Berg, met wie ik samenwoon. De laatste 5, 6 jaar kunnen we er ook van leven. Maar dat is door diepe dalen en met veel angst gegaan. Dat weet je alleen zelf.
"In 82 zijn we met een man of tien begonnen met de voorstellingen. We begonnen met zon 14 voorstellingen per jaar, dat zijn er nu rond de 70. In het begin bestond het publiek vooral uit vrienden en kennissen, en dat breidde zich dan langzaam uit. Op dit moment komt zon derde uit de regio en zijn de voorstellingen bijna altijd uitverkocht. We hebben een systeem: we spelen zolang er publiek is. We beginnen met een serie van acht, en dan kijken we steeds hoe groot de druk is. Je voelt aan of er nog mensen gaan komen. Dan komen er steeds drie nieuwe voorstellingen bij, en dan op een gegeven moment stop je. Zo hebben we altijd volle bak. Dat spreek ik vantevoren met de spelers af: we spelen net zolang als er publiek is. Daar houden ze in hun agendas rekening mee. Voor een stuk oefenen we acht maanden lang. Eerst wekelijks, later twee keer per week, zon 3, 4 uur achter elkaar. Allemaal op vrijwilligers basis. Ik zoek de mensen eruit die dat graag willen. De mensen in de hoofdgroep zijn zo ver dat ze hun sociale contacten ondergeschikt maken aan het toneel. Er zijn maar heel weinig redenen belangrijk genoeg om een voorstelling te missen."
OVERLAST
"Toen het Vrijdagtheater zo druk werd, begonnen de buren er hinder van te krijgen. Fietsen in het gangetje, voorstellingen die laat eindigen, deuren die dichtklappen. Ik ben daar ook niet alijd even goed mee omgegaan, om hun tegen de overlast te beschermen. Dan maakte ik mee dat de verhuurster, die al 85 is, in huilen uitbarstte dat ze er niet meer tegen kon. Maar ik denk dat we het met haar wel hadden kunnen oplossen. Maar helaas heeft haar zoon ons toen de huur opgezegd. Op dat moment merk je hoe dom je bent als je geen goed huurcontract hebt gemaakt. We hebben geen enkel recht. Mijn vader was beschermd doordat hij een bedrijf had. Dan kunnen ze je er niet zomaar uitzetten, want dan word je beroofd van je broodwinning. Zodra je kunst beoefent is het opeens geen bedrijf meer. Het enige waar we nog recht op hadden was uitstel van ontruiming. De kantonrechter heeft ons in 98 de maximale uitstel van drie jaar gegeven en die loopt dus nu af per 1 september 2001.
"Vanaf mei 98 waren we kandidaat voor de exloitatie van het Arsenaal, uitgekozen door de gemeente zelf en de VOF Mariënburg. Op 1 maart 2001 vertelde diezelfde gemeente dat er voor het Vrijdagtheater geen plaats was in het Arsenaal. De reden: het Vrijdagtheater had te weinig uitstraling en te weinig vanzelfsprekende toeloop. Om met die argumenten te komen, daar heeft de gemeente drie jaar over gedaan! Het gevolg is dat het Vrijdagtheater in de grootste problemen verkeert, dat we geen tijd hebben om een behoorlijke nieuwe ruimte te zoeken. De gemeente werkt wel mee, maar ze zeggen ook dat het het probleem is van het Vrijdagtheater zelf. Aan de andere kant is het ook zo dat er drie jaar voorbij zijn waarbij wij zijn ervan uitgingen dat we naar het Arsenaal zouden gaan. Ik vind dus dat de gemeente zich verplicht moet voelen tot een groter commitment. Wat we nodig hebben is een eigen ruimte die je niet hoeft te delen met anderen. Dat is duur, dus de gemeente moet ons tegemoet komen met huursubsidie, en ik vrees het ergste. Als puntje bij paaltje komt, enfin, de kans is groot dat we aan ons lot worden overgelaten. Het Vrijdagtheater kan ophouden te bestaan, net zoals Teneeter op zn gat gevallen is, en O42. Natuurlijk kun je altijd een klaslokaal huren en daar weer cursussen geven, maar dat betekent dat je 25 jaar teruggegooid wordt in de tijd en dat is bitter.
"Ik kan wel weemoedig worden op de stille momenten dat ik hier alleen zit. Dan komen er gevoelens van afscheid. Dat kan ik wel delen hoor, er zijn wel mensen die dat meevoelen. Die vaak hier geweest zijn en die het erg vinden dat dit theater wegmoet, een theater dat qua entourage zn weerga niet kent.
Maar het is wel zo dat het huilen van die Jeanne op het laatst in het stuk Vrijdag, dat heb ik nog nooit zo goed kunnen spelen. Ze huilt omdat ze voelt dat ze ouder wordt, dat andere vrouwen jonger zijn en aantrekkelijker, terwijl je zelf voelt dat dat vermindert, dat moet iedereen verwerken. En dat ze dan zegt: ik zal mn best doen, ik ben toch niet helemaal versleten, en we hebben toch nog zoveel. Er zijn mensen die met een afgekapte hand verder moeten, enfin zoals een volksvrouw zichzelf dan troost, laten we blij zijn met wat we nog hebben en ervan maken wat er nog van te maken is, ik vond dat wel heel fijn om te spelen, want iets dergelijks geldt natuurlijk ook voor mij... Het publiek denkt: ach, het komt wel goed. Je vindt vast wel wat. Dat loopt wel los. Maar nee, ik vind dat we gevaar lopen. Het kan wel fout gaan, dat zie je aan Teneeter."
Tekst: Judith van der Graaf
|