"Vaak heeft subsidie een vertragend effect"
Na een eerste versie waar veel kritiek op werd geleverd, produceerde cultuurwethouder Paul Depla een definitieve koers voor het Nijmeegse cultuurklimaat. Sleutelwoord voor de toekomst lijkt het cultureel ondernemerschap te zijn. En Nijmegen zal zich sterk maken voor het verleden, popmuziek en film.
|
Paul Depla en stadsarcheoloog Jan Thijssen bij de opgraving in de Burchtstraat. foto: Rob Mols
|
Wat is het verschil met de eerste versie?
"Een aantal zaken zijn scherper uitgewerkt, zoals wat we wel en niet met deze nota kunnen bereiken. We zeggen niet wat we precies gaan doen, maar wel verwoorden we de principes waarin het culturele veld zich zou moeten ontwikkelen. Hoe we het sterker kunnen maken dan het nu is. Concrete zaken kunnen heel snel achterhaald zijn, maar de principes niet. Zo zeggen we dat de Krayenhoff-kazerne een combinatie moet zijn van kleinschalige, culturele bedrijvigheid en wonen. Eerst wilden we daar Teneeter hebben, maar dat bestaat inmiddels niet meer. Het principe van de combinatie cultuur/wonen blijft gewoon staan."
Dus de clubs die daar nu zitten, kunnen voorlopig blijven?
"Dat zeg ik niet en dat moet per individueel geval worden bekeken. Het is een tijdelijke huisvesting en dat is ook duidelijk tegen iedereen gezegd. De startende bedrijven krijgen zo de kans om, niet gehinderd door torenhoge huurprijzen iets op te bouwen. Na verloop van tijd zullen ze zelfstandig moeten worden. Als zij doorstromen naar particuliere huisvesting, kunnen nieuwe initiatieven een kans krijgen."
Waarom behoudt de gemeente het pand niet en verhuurt het aan die clubs?
"Daar leggen we heel veel geld op toe en dat kan niet. De gemeente is geen ontwikkelingsbedrijf, dat laten we over aan projectontwikkelaars. Bovendien blijven teveel mensen te lang op een plek zitten en houden zo de boel op. De gemeente is niet verantwoordelijk voor langdurige huisvesting van allerlei instellingen Op een gegeven moment moet er doorstroming plaatsvinden."
In de inleiding wordt gesteld dat de verantwoording voor cultuur vroeger participatie en emancipatie was. Dat is nu veranderd in een citaat van regisseur Peter Sellars. Is die koersverlegging kenmerkend voor de PvdA?
"Die oude termen zijn nog wel van toepassing, maar we hebben er een eigentijdse invulling aan gegeven. Tegenwoordig noemen we het verankering. De culturele instellingen moeten contact zoeken met buurten, zoals cultuureducatie van de Lindenberg of de bibliotheken. Cultuur betekent ook meer dan alleen hoge kunst. Ook amateurkunst vinden wij erg belangrijk. Op die manier beleven veel mensen plezier aan kunst, maar verbreed je tegelijkertijd ook het hele culturele klimaat."
In de hele nota wordt niet direct gezegd dat cultuur moet worden overgelaten aan de markt, maar toch zal die een grotere rol spelen. Onlangs verscheen er een pamflet in NRC Handelsblad waarin werd gewaarschuwd dat de publieke sector teveel aan de markt over zou laten. Gebeurt dat met de cultuur niet ook?
"Het doel is om de culturele sector sterker te maken en de voorstellen daarvoor zijn inderdaad zakelijk. Maar het gaat er vooral om dat de kansen worden gegrepen die buiten de overheid en subsidiëring liggen. Zo zal brouwerij Interbrew veel geld steken in het Arsenaal zodat daar ook een Vlaams Cultureel Centrum kan worden gevestigd. Dat is een voorbeeld van die nieuwe kansen. Ik snap dat sommige mensen denken dat dit een stuk is van een paars georiënteerde wethouder, maar cultureel ondernemerschap is belangijk. O42 bracht geen slecht product, maar de organisatie was slecht. Je kunt er dan geld bijstoppen, maar je kunt ook zorgen dat ze organisatorische kwaliteiten krijgen. Bovendien is het helemaal niet zo gek om het bedrijfsleven meer te betrekken bij het culturele klimaat, want zij zijn ook gebaat bij culturele voorzieningen in de stad. Zij kunnen zich ook een imago verschaffen door bepaalde sponsoring. Zo is ING bekend als sponsor van cultuur en Nationale Nederlanden doet veel aan sport. Dat is dan de uitstraling die een bedrijf wil hebben. En wat maakt het tenslotte uit of je afhankelijk bent van commerciële bedrijven of van overheidssubsidies?"
Freek de Jonge meent dat schouwburgdirecteuren zijn gereduceerd tot horeca-ondernemers die de touwtjes aan elkaar moeten knopen.
"In het pamflet stonden een aantal onwaarheden zoals dat de NS geprivatiseerd is en dat ook het onderwijs onderworpen wordt aan de marktwerking. Dat is gewoon niet zo en dat zal ook niet gebeuren met het cultuurbeleid in Nijmegen, want sommige dingen die je graag wil behouden hebben nu eenmal subsidie nodig om te overleven. Ook de Schouwburg zal gesubsidiëerd worden, maar wel onder strenge voorwaarden. Allereerst moet daar efficiënter worden gewerkt en kan er gesneden worden in het aantal medewerkers. Er is geld voor cultuur, maar niet voor bureaucratie. Ten tweede zullen wij zeggen dat we een bepaald bedrag over hebben voor een bepaalde hoeveelheid cultuur. Dan willen we niet horen: je krijgt meer en daar moet meer geld bij. Als ik heb gevraagd om een Volkswagen wil ik geen BMW krijgen. Die rijdt lekkerder, maar kan ik niet betalen. Als ze meer willen doen, moeten ze dat zelf financieren."
In de nota staat een passage over samenwerking tussen midden- en kleinbedrijf en de culturele sector. Wat wordt daar precies mee bedoeld?
"Dat gaat over stimuleringssubsidies voor startende bedrijven. Waarom zouden culturele bedrijven daar niet van kunnen profiteren? Een kunstenaar is tenslotte ook een eigen bedrijf. Het gaat er in ieder geval om dat er doorstroom ontstaat in de culturele sector en dat je oppast dat je geen dingen van 20 jaar geleden blijft subsidieren. Ik wil niet de dingen van gisteren, maar van vandaag steunen. En vaak heeft subsidie een vertragend effect. Dat een instelling blijf bestaan, terwijl het geen cultureel rendement meer heeft."
Hoe zou je de Nijmeegse identiteit op dit moment omschrijven?
"Allereerst is de oudheid en het verleden belangrijk in Nijmegen, vandaar dat dat een van de drie pijlers is. Verder is Nijmegen een bourgondisch-anarchistische stad. Het is nog steeds veel tegendraadser dan bijvoorbeeld Arnhem. Nijmegen is verder sterk in film en in popmuziek. Dat zijn dan ook de twee andere pijlers die we willen uitbouwen, zoals met de nieuwbouw van Doornroosje."
Dus geen theater?
"Dat klopt. We willen wel theater, maar dat is geen prioriteit. Het gaat erom welke accenten je legt. Wij willen vooral film en popmuziek stimuleren, maar tegelijkertijd een schouwburg houden en een nieuw jeugdtheater ontwikkelen in Nijmegen. Arnhem heeft ook een filmhuis en een schouwburg, maar zij richten zich meer op gevestigde cultuur, dans, theater. Dus zullen zij meer geld steken in de schouwburg dan wij, maar minder investeren in film. We hebben allebei alles, maar wel met verschillende accenten."
Tekst: Gerard Zeegers
|