| De wereldgeschiedenis volgens de Basken, |
| Mark Kurlansky, De Arbeiderspers, f 49,90 |
Wie aan de Basken denkt, denkt aan een onverzettelijk, eigenzinnig volk dat, Europese eenwording ten spijt, zonodig onafhankelijk wil worden en waarvoor een handjevol malloten nog bereid is te moorden. Hun onafhankelijkheidsstrijd is door de ETA al veertig jaar in het nieuws. Het beeld is ontstaan dat de tweeënhalf miljoen Basken zich het liefst terug zouden trekken in hun onherbergzame gebied en niets met Spanje en de rest van de wereld te maken willen hebben, alsof het nooit anders geweest zou zijn.
Dit beeld van een geïsoleerd volk wordt nog eens versterkt door hun taal die geen enkele verwantschap vertoont met andere talen. Speculaties over hun geheimzinnige afkomst hebben door de eeuwen heen de prachtigste theoriën opgeleverd: de eerste Bask was Aïtor, de man die de zondvloed zonder Noach's hulp overleefde; het Baskisch is een van de Babylonische talen, of juist de oorspronkelijke taal van het paradijs. Basken zouden verder nog afstammen van de Spartanen, de verloren dertiende stam van Israël zijn of hebben de ondergang van Atlantis overleefd. De Basken zelf hebben een andere, meer plausibele verklaring: zij zijn de oorspronkelijke Europeanen die alle anderen zijn voorgegaan.
Mark Kurlansky staat in zijn De Wereldgeschiedenis volgens de Basken even stil bij deze mythologie, om zich daarna te baseren op historische documentatie. Misschien typerend voor de Basken begint hun geschreven geschiedenis bij de overheersing door een vreemd volk; de Romeinen. Er zouden er nog velen volgen. Verrassender is het om te lezen dat de Basken van oudsher helemaal niet dat geïsoleerde volk is, waar wij het nu voor houden. De Romeinen beschreven de Vascones al als handelaren. De basis voor hun handel was de walvisvangst. In eerste instantie stelden de Basken zich tevreden met de aangespoelde exemplaren in de golf van Biskaje maar vanaf de zevende eeuw gingen ze actief of jacht. In de negende eeuw verfijnde de Basken het procédé van het drogen en zouten van kabeljauw waardoor deze lang houdbaar werd en als proviand kon dienen op lange zeereizen. De Basken konden hun vis van steeds verder halen (rond het jaar duidend al drieduizend zeemijlen van huis) en verhandelde hun waar in het hele Middellandse zeegebied.
Geleidelijk aan werden de Basken niet alleen de belangrijkste leveranciers van walvissen en kabeljauw, maar ook toonaangevende scheepsbouwers en stuurlieden. Daarmee rijst de volgende vraag waarop de geschiedenis nog geen antwoord heeft kunnen geven: zijn de Basken eerder in Amerika geweest dan de grote ontdekkingsreizigers? Spanjaarden en Portugezen maakten immers veelvuldig gebruik van Baskische schepen en bemanning omdat die als meest ervaren werden beschouwd. De onoverwinnelijke Armada van Philips II bestond feitelijk uit een vloot geconfisceerde Baskische walvisvaarders.
Toen de walvisvaart in de zeventiende eeuw in het slop raakte, begonnen de Basken te handelen in koloniale waar. Het daarmee verdiende kapitaal vormde een stevige basis voor de industriële revolutie. Dankzij makkelijk te ontginnen ijzererts ter plaatse werd Baskenland een toonaangevend industrieel gebied met de eerste hoogovens en olieraffinaderijen van Europa. Baskische bankiers verschaften het kapitaal waarmee ook de rest van Spanje in ontwikkeling werd gebracht.
En dat is precies de kern van het Bakische probleem: Spanje kan niet zonder. En de Baskische geschiedenis kan niet geschreven worden zonder de Spaanse. Kurlansky heeft van dit gegeven knap gebruik gemaakt door de Spaanse geschiedenis in dienst te stellen van de Baskische. Zodoende weet hij de recentere gebeurtenissen zoals de opkomst van het onafhankelijkheidsstreven, Baskisch nationalisme en de ETA heel helder te beschrijven zonder een waardeoordeel te vellen. Helemaal onbevooroordeeld is Kurlansky echter niet. Daarvoor heeft hij te veel liefde opgevat voor het volk, het land, de folklore en de keuken, getuige zijn slotpassage: "Basken zijn geen isolationisten. Zij hebben Europa nooit de rug willen toekeren. Zij wilden slechts Baskisch kunnen zijn en blijven. En mochten wij over duizend jaar allemaal Europeaan geworden zijn, de Basken zullen blijven bestaan met hun bizarre sporten, hun onbegrijpelijke taal, die hun huizen namen geven, in een land van legenden, op steile groene bergen langs een kobaltblauwe zee, een volk dat zal overleven (...) vanwege Euskaldun bizi nahia, de innerlijke drang als Bask te leven."
|