De voorpagina
De tekening op de voorplaat is een verbeelding van Carolus Minor, het jongere en iets onhandigere broertje van Karel de Grote. Tekenaar Roel Seidell liet zich daarvoor inspireren door het bekende gedenkteken op het Keizer Karelplein. Seidell woont vanaf 1990 in Nijmegen en werkt sinds vijf jaar als freelance illustrator voor onderwijsprojecten, vakbladen en tijdschriften. In Nijmegen kennen veel gemeenteambtenaren hem van de strip en cartoons met de tweekoppige adelaar Arie en Nel in het blad Persoonlijk. Meer informatie over Seidell is te vinden op zijn website www.xs4all.nl/~rseidell

> Op welke plekken in de
stad is de Stadskrant altijd gratis op te halen?

Reageren kan op het forum, maar ook via [email protected]; reacties op de site kunnen naar de webmaster (zie colofon voor postadres van de Stadskrant).

De foto's die in de Stadskrant worden gepubliceerd, zijn tegen een financiële vergoeding, na te bestellen.
Indien u hiervoor belangstelling heeft, kunt u contact opnemen met het kantoor van de Nijmeegse Stadskrant.

 


BelvedĖre, mooi om naar te kijken
De Nijmeegse toren der tegenstellingen

In de toren werd gegokt, geschranst en gezopen. foto: Art Wubben

Hoeren, landlopers, beerputlegers, lijkdragers, melaatsen en zelfs de beul woonden er. De Rozemarijngas verbond tot de aanleg van het Hunnerpark de Voerweg met de Lange Baan die destijds de kade van de Waal volgde. Het was de hoerenbuurt van Nijmegen en eeuwenlang het andere 'schone uitzicht' van de BelvedĖre. Heden ten dage ligt de toren in een spinnenweb van wegen. Of daarmee het directe uitzicht er beter op is geworden, valt te betwisten. Voor de meeste Nijmegenaren is de Belvedčre eerder een toren om naar te kijken.

door Anne-Marie Roose

Voor veel Nijmegenaren versterkt het zicht op de BelvedĖre het gevoel van thuiskomen. Aankomend over de Waalbrug springt het markante bouwwerk direct in het oog. Toch benoemt niemand het als typisch Nijmeegs. Het renaissancistische gebouw, waar nu een chique restaurant in is gevestigd, past eigenlijk niet in dit deel van de stad. Naast de robuuste overblijfselen van de wallen oogt de toren een beetje fragiel.

Het huidige uiterlijk stamt uit 1646. Twee jaar voor het einde van de Tachtigjarige Oorlog waren de verdedigingswerken om de stad niet meer strikt noodzakelijk. De Hunnertoren die daar deel van uitmaakte en vroeger op de plek van de Belvedčre stond, werd tot aan de kelders afgebroken. De sloop van de zware verdedigingstoren moest destijds een duidelijk signaal zijn aan de bevolking dat er vrede kwam. Daarvoor in de plaats verrees een speelhuis met panoramisch uitzicht. Het moet er heerlijk zijn geweest op zwoele zomeravonden, met een koele geurende Ooijbries die de stinkende stadsluchten voor even kon verdrijven. Hoewel grotendeels betaald uit stadsgelden kwam het gewone volk er vanaf de verbouwing niet meer in.

In de toren zelf ging het er niet altijd even beschaafd aan toe. Er werd gegokt, geschranst en gezopen. Uitkijkend over het plebs moeten de magistraat en zijn naaste familieleden zich kostelijk hebben vermaakt. Ga maar na: het grootste uitschot bevond zich enkele meters onder hen op de toenmalige Rozemarijngas, ongeveer waar nu het onderste stuk van de Voerweg loopt.

Af en toe lieten de Nijmeegse notabelen zich, al dan niet in benevelde toestand, zelfs verleiden tot criminele activiteiten. Luitenant Andreas Beer kon het in 1712 niet verkroppen dat zijn grote liefde was getrouwd met procureur Hubertus Kock. Beer vermoordde zijn rivaal, sleepte hem de trappen van de BelvedĖre op en smeet hem vervolgens naar beneden. Helaas voor hem was de gerechtelijke macht niet overtuigd van de in scĖne gezette zelfmoord en Beer werd geradbraakt. Kocks vrouw werd iets minder schuldig bevonden en gewurgd. Ook zijn er verhalen bekend over deftige heren, die hun gokschulden zo hoog zagen oplopen dat zij zich genoodzaakt zagen hun schuldeisers over de fraaie balustrade te kieperen.

Ritueel

Zo is de toren op die plek altijd een gebouw van tegenstellingen gebleven. Gebouwd ter verdediging van de stad, vlak voor de Vrede van Munster omgebouwd tot luchtig speelparadijs, maar nog decennialang met de kruitopslag van Nijmegen in de kelders. Een teken van vrede op de fundamenten van een oorlogsgebouw. Een bezoek aan de BelvedĖre inclusief uitgebreide lunch was eeuwenlang een vast ritueel bij de ontvangst van belangrijke bezoekers aan de stad. Niet alleen staatsmannen en -vrouwen zoals koning Willem II en Anna Paulowna werd een blik gegund op het rivierenlandschap, ook vele kunstenaars werden naar deze plek gezogen en lieten zich inspireren door het adembenemende panorama. Voor de bijziende bezoeker legde Antony van de Wart omstreeks 1806 het zicht vanuit de toren vast op acht etsen en hing deze tussen de ramen in de BelvedĖre. Voor zijn etsen stak Van de Wart zijn neus zó ver de lucht in dat het zicht op de ondergelegen Rozemarijngas buiten beeld bleef. De laatste huisjes aan deze illustere gas werden pas een eeuw later gesloopt. Of het plaveisel dat ervoor in de plaats kwam het uitzicht van de BelvedĖre verbetert, blijft voor de doorsnee Nijmegenaar een vraag. Zelfs de gasten van het exclusieve restaurant dat er nu is gehuisvest, worden niet toegelaten tot het terras boven op de toren, waarvandaan het uitzicht over de stad en haar omstreken het mooist schijnt te zijn. Daarmee blijft de BelvedĖre vooral een toren waar naar gekeken kan worden.