|
Tot ongeveer
dertig jaar geleden was het in Australië overheidspolitiek om bij
aboriginals kinderen met gemengd bloed weg te halen. Dit moest verhinderen
dat deze kinderen trouwden met volbloed aboriginals en vermeende superieure
blanke raseigenschappen verloren gingen. In speciale staatskampen werden
de kinderen opgeleid tot huishoudelijke hulp voor blanken. De in de VS wonende Australische regisseur Phillip Noyce heeft dit boek nu verfilmd in Rabbit-Proof Fence. Noyce maakte eerder Hollywoodthrillers als Patriot Games en The Bone Collector. En dat is te merken. Rabbit-Proof Fence is in de eerste plaats een vakkundig gemaakte, spannende achtervolgingsfilm zonder valse sentimenten van drie meisjes die terug willen naar hun moeder. Van de oorspronkelijke aboriginalcultuur krijgt de toeschouwer slechts een oppervlakkige glimp mee, evenals van hoe de meisjes weten te overleven in de woestijn. Drie personen staan centraal. Allereerst is dat Molly (naturel geacteerd door de onervaren dertienjarige Everlyn Sampi). Daarnaast is er de landvoogd Neville (Kenneth Branagh), die over het lot van elke aboriginal besliste: halfbloed aboriginals mochten alleen trouwen met blanken om zo de aboriginalkenmerken er letterlijk uit te fokken. En tenslotte de tracker Moodoo, een aboriginal spoorzoeker in dienst van de Australische machthebbers. Als een soort Zwarte Ruiter uit Lords of the Rings dreigt hij de kinderen voortdurend te achterhalen. Met name de positie van Moodoo (indringend neergezet door David Gulpilil) is tragisch. Hij werkt als bewaker in het gehate kamp waar hij op afstand moet toezien hoe zijn dochter - de vrucht van een interculturele verhouding - los van hem wordt heropgevoed. Toch is Rabbit-Proof Fence meer dan louter een dramatisch vluchtverhaal. Het geeft een extreme tocht weer die het gevolg is van een waanzinnige politiek. Deze politiek van de blanke arrogantie komt gedurende de film weliswaar terloops, maar wel helder aan de orde. Met name het bevoogdend onder dwang laten aanpassen ‘voor hun eigen bestwil’ klinkt ook in deze tijd herkenbaar in de oren. Door het aansprekende karakter voor het grote publiek heeft Rabbit-Proof Fence in Australië veel losgemaakt over het onrecht dat aboriginals is aangedaan. Want de oorspronkelijke bewoners van Australië worden nog steeds zwaar achtergesteld. Los van de politieke lading, heeft regisseur Noyce een kwaliteitsfilm afgeleverd. Zijn ervaring met thrillers blijkt uit de sterke geluidseffecten, ondersteund door de fraaie muziek van Peter Gabriël. De enige onvolkomenheid is dat de schoenen van de meisjes gedurende de 2400 kilometer voettocht in wel erg goede staat blijven. Een extra dimensie krijgt de verfilming van het waargebeurde verhaal doordat op het slot nog even de echte Molly en Daisy verschijnen, die inmiddels ver in de tachtig zijn. Daarbij wordt kort de rest van hun levensverhaal verteld: Molly werd later opnieuw in het kamp geplaatst en liep voor een tweede keer terug naar huis. Ook haar beide dochters werden haar afgenomen. Een zag ze nooit meer terug, haar andere dochter schreef het boek waarop de film is gebaseerd. Max van Wel
Rabbit-Proof Fence |
||||||||||