De voorkant
De voorkant van dit nummer is letterlijk van de hand van dichter H.H. Ter Balkt. Speciaal voor de Stadskrant schreef hij zijn lievelingsgedicht ‘Het Huis’ in zijn eigen handschrift. Vorige maand werd Ter Balkt de P.C. Hoofdprijs toegekend. Zie ook het interview met hem.

> Waar in de stad is de Stadskrant altijd gratis op te halen?

Reageren kan op het forum, maar ook via [email protected]; reacties op de site kunnen naar de webmaster (zie colofon voor postadres van de Stadskrant).

De foto's die in de Stadskrant worden gepubliceerd, zijn tegen een financiële vergoeding, na te bestellen.
Indien u hiervoor belangstelling heeft, kunt u contact opnemen met het kantoor van de Nijmeegse Stadskrant.

 
<< terug

De avonturen van het Nijmeegse College:
Wethouder Paul Depla geeft startsein
bouw op stadslandgoed Limos

Het leven van het Nijmeegs College gaat niet over rozen. Dat werd de afgelopen tijd meer dan duidelijk: een geschil over het toekennen van extra subsidie aan de bibliotheek leidde bijna tot een breuk van de linkse coalitie. Achteraf bleek dit gelukkig mee te vallen. Lees hierover meer in het nieuwsbericht ‘Nijmeegse fracties ontkennen wankelen coalitie’.

Roerige tijden dus, voor het college. En hoe verging het de wethouders de afgelopen week? In de ogen van deze redacteur was deze week niet buitengewoon avontuurlijk. Ja, het college kondigde een flink aantal bezuiniging aan. Dramatisch, alleen niet echt spannend. Daarnaast nam wethouder Lenie Scholten deel aan een forumdiscussie over allochtone Nederlanders en de schuldhulpverlening, hield wethouder Geert van Rumund een korte speech op de werkconferentie ‘Samenwerken met & voor zwerfjongeren doe je niet alleen’ en gaf wethouder Paul Depla het startsein voor het ‘digitaal sportloket’ (wat dat ook mag zijn). Net als vorige week had wethouder Hans van Hooft de meest avontuurlijke taak: zaterdag 21 juni mocht hij speelpark Groenewoud openen. Altijd bijzonder, een speelpark openen. Helaas is in de vorige aflevering al een avontuur van Van Hooft belicht.

Nu lijkt het misschien of wethouder Van Hooft de enige is die avonturen beleefd. Wat wethouder Depla de afgelopen tijd beleefde, is ook niet mis. Zo mocht hij speechen bij de transformatie van Plein 44 in Park 44. Dit valt echter in het niet met één van zijn eerdere avonturen. Depla mocht op donderdag vijf juni namelijk de officiële start van de nieuwbouw op stadslandgoed Limos verrichtten, alwaar hij een wonderlijke figuur ontmoette…

De officiële start van de bouw op stadslandgoed Limos is een feestelijke boel. Keurig geklede mannen en vrouwen nippen aan glaasjes champagne en praten over het pretentieuze project van woningcorporatie Standvast Wonen. Een enkeling buigt zich over de maquette van het toekomstige complex. Dit alles vind plaats in een grote, witte en bovenal warme feesttent, die speciaal voor de gelegenheid is opgezet.
Alvorens wethouder Depla het podium betreedt, krijgt mevrouw Kunst, de directeur van Standvast Wonen, de tijd om haar woordje te doen. “Namens de VOF Limos heet ik u van harte welkom op deze mooie en historisch rijke plek in Nederland”, begint ze haar toespraak waarin ze haarzelf als gastvrouw aankondigt. Vervolgens vertelt Kunst over de ‘chemie’ die er tussen de verschillende betrokken partijen was bij het project. Daarnaast heet ze een flink aantal mensen welkom, waaronder generaal Snijders. Een man die later die middag nog veel van zich laat horen.

Nadat mevrouw van Kunst tevreden constateert dat ze de regie goed in handen heeft, roept ze wethouder Depla naar boven. De wethouder gaat gekleed in zwart krijtpak en draagt zijn donkere haar in een gellook. Niet bepaald onhip, deze wethouder. “Chemie is tegenwoordig een beladen begrip”, begint hij zijn toespraak. “Maar ik kan u zeggen dat er bij Limos meer chemie was dan bij die twee mensen in het Binnenhof die er samen niet uitkwamen.” Gelukkig maar.

De wethouder herinnert de aanwezigen nog even aan het feit dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is: “Zelfs de stadsarcheoloog van Maastricht zegt het. Hoewel ik hierbij wel moet zeggen dat deze man vroeger in Nijmegen woonde.” Na zijn toespraak krijgt wethouder Depla drie kussen van mevrouw Kunst en een bos orchideeën.

Vervolgens roept mevrouw Kunst een drietal andere mensen naar voren. Ook die krijgen kussen en orchideeën.
Dan is het tijd voor het meest spectaculaire gedeelte van de middag. Mevrouw Kunst roept Generaal Snijders naar voren. Naar deze man is de Snijderskazerne op het terrein vernoemd. Generaal Snijders blijkt een grote man. Zijn ogen, gelegen onder grijze, borstelige wenkbrauwen, kijken zelfbewust vooruit. “Dames en heren, landgenoten”, spreekt hij met een stem die tot ver buiten de feesttent is te verstaan. “Ik, en minder mate generaal Krijnhof, hebben een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van deze plek. De kazerne is dan ook naar mij, en in mindere mate naar generaal Krijnhof vernoemd.” Wanneer het publiek naar zijn idee ietwat te rumoerig is tijdens zijn verhaal over de geschiedenis van de plek, verzoekt de generaal om stilte. “En als ik zeg stilte, wil ik ook stilte!” voegt hij daar, zoals het een generaal betaamt, met luidde stem aan toe. Dit tot grote hilariteit van de aanwezigen. “Wat een mooi figuur is toch, hè”, fluistert een wat oudere dame.

“En dan is nu tijd deze koker te overhandigen”, vervolgt de generaal. “Aan wie eigenlijk? O ja, natuurlijk aan de wethouder.” Deze loopt met een brede glimlach op zijn gezicht naar voren om vervolgens op het podium recht voor generaal Snijders te gaan staan. Dit tot diens ontsteltenis: “Ik heb geleerd mijn gezicht altijd richting de maarschalk te draaien”, spreekt hij formeel. De wethouder lacht, doet een stapje opzij en richt zijn gezicht richting het publiek. Snijders houdt het raadselachtige kokertje in de lucht: “Dan wil ik nu als wachter van het verleden dit eigendomsbewijs overhandigen aan de verkenner van het heden.” Applaus klinkt alom. Direct na de overhandiging steekt generaal Snijders zijn handen in de lucht en schreeuwt hoezee, om direct te vervolgen: “En dan nu is het nu tijd voor een feestje!”

In paniek rent mevrouw Kunst naar voren. Deze charismatische generaal neemt haar mooi even de regie uit handen. Snijders zet verschrikt een stap achteruit: “Ik krijg toch geen orchideeën? Ik houd helemaal niet van orchideeën.” Mevrouw Kunst stelt hem gerust en vraagt slechts het publiek zich naar de kazerne te begeven. Op de muur van de kazerne wordt vervolgens een zeil met een tekening van het toekomstige complex gehesen. Het lied Conquest of paradise van Vangelis schalt triomfantelijk over het terrein. Dit alles werd in werking gezet door Depla, die daarvoor op een knop drukte. Samen met mevrouw Kunst en generaals Snijders schouwt hij het spektakel glimlachend toe. Opnieuw neemt generaal Snijders dan het woord: “En we heffen het glas”, buldert hij. “En we zeggen: proost!”

Datum publicatie: vrijdag 20 juni 2003


<< terug naar boven