|
|
Get the picture... het is een schoen! (derde week van juli: 85e Nijmeegse Vierdaagse)
|
|
|
|
|
|
|
<< terug
Verdrag moet archeologische vondsten redden
Nijmeegse bodem vol historie
Nijmegen
maakt zich op voor haar negentienhonderd- of wellicht zelfs tweeduizendjarig
bestaan in 2005. Politici vallen over elkaar heen met voorstellen om op
de meest bizarre manieren de historie te laten herleven. Zo stelde gemeenteraadslid
Ben van Hees voor om een replica van een Romeinse dame in een loden grafkist
in de Burchtstraat te plaatsen. Dit allemaal om iedereen te laten zien
dat Nijmegen een toplocatie is voor archeologisch onderzoek.
Door Gabriella Hendriks
In de depots van de Nijmeegse archeologische dienst zijn voorwerpen uit
tweeduizend jaar stadsgeschiedenis opgeslagen. Er staan duizenden kratten
opgestapeld, vol met kapotte kannen, beenderen en brokstukken van muren
die naar boven zijn gehaald bij graafwerkzaamheden. Slechts een enkele
keer is een vondst interessant genoeg om in een museum ten toon te stellen.
Archeoloog Harry van Enckevort geeft aan dat in het gros van de vondsten
weinig schoonheid schuilt: "Neem nou de stadsmuur die wij bij de
Parkweg hebben gevonden. Dat zijn veel bakstenen, die kun je niet allemaal
bewaren. "Archeologisch gezien is Nijmegen een interessant gebied.
Er zijn enkele archeologische momenten zoals het Valkhof en het Kops Plateau
waar niet gegraven mag worden. Want zolang niet gegraven wordt, blijft
alles intact. Als ergens anders een spade in de grond gestoken wordt,
gaan de archeologen eerst op onderzoek uit. Tenminste als archeologen
interessante vondsten verwachten, zoals in de binnenstad en het Waterkwartier.
Op andere plekken, in Hatert bijvoorbeeld, blijven ze langs de kant staan
en komen ze pas in actie als de bouwvakkers op iets stuiten.
Oudste stad
Onlangs
gaf de Maastrichtse stadsarcheoloog Titus Panhuysen toe dat Nijmegen de
oudste stad van Nederland is. Hij baseerde zich hierbij op onderzoek van
een Romeinse zuil die bij de opgravingen op het Kelfkensbos is gevonden.
Volgens de Nijmeegse stadsarcheoloog Jan Thijssen is het nogal wiedes
dat Nijmegen ouder dan Maastricht is. "Ulpia Noviomagus Batavorum
was de civitas, een soort provinciehoofdplaats, van het Bataafse gebied
en kreeg als eerste tussen 98 en 102 na Christus stadsrechten. Maastricht
heeft nooit stadsrechten verkregen. Het was niet eens civitas maar viel
onder Tongeren." Ulpia Noviomagus Batavorum is in 70 na Christus
gesticht in het huidige Waterkwartier, nadat de oude Bataafse stedelijke
nederzetting in het huidige centrum tijdens de Bataafse opstand in 69-70
vernietigd was. De Romeinen, die een legerkamp op de Hunerberg hadden,
waren er niet zo happig op de onbetrouwbare Bataven een strategische plek
te geven. Rond 260 na Christus is Ulpia Noviomagus verlaten, later bouwden
de Karolingers een nieuwe nederzetting op het Valkhof. Uit de vroege middeleeuwen
is weinig teruggevonden. De mensen bouwden houten huizen, maar daarvan
is weinig bewaard gebleven. Er zijn weliswaar lemen vloeren teruggevonden
maar deze dateren uit de tiende eeuw. Het is de vraag of het Nijmegen
van de vroege middeleeuwen wel het predikaat stad verdient. Thijssen vindt
van wel: "Het ligt eraan hoe je het begrip stad definieert. Nijmegen
was een bestuurlijk centrum. De keizer had een palts op het Valkhof en
inde hier belastingen. Maar als je een stad definieert als een ontmoetingsplaats
voor verschillende bevolkingsgroepen, dan was Nijmegen geen stad. Deze
lagen toendertijd meer stroomafwaarts zoals Dorestad, nabij het huidige
Wijk bij Duurstede. "Om archeologische bodemschatten beter te beschermen,
hebben Europese staten in 1992 het verdrag van Malta gesloten. Volgens
dit verdrag draait degene die in de grond gaat wroeten op voor de kosten
van het archeologische onderzoek. Om te voorkomen dat projectontwikkelaars
zich met er met de Franse slag vanaf maken, zijn er in de nieuwe monumentenwet
kwaliteitseisen opgenomen waaraan het archeologische onderzoek moet voldoen.
Hoewel Nederland het verdrag van Malta nog niet heeft geratificeerd, heeft
Nijmegen een eigen gemeentelijk beleid waarbij de verstoorder van de bodem
de kosten van het archeologische onderzoek op zich neemt. Doordat de gemeente
zelf ook vaak in projecten participeert, is zij de grootste opdrachtgever
van de archeologische dienst. Thijssen: "Wij opereren binnen de gemeente.
In de toekomst zullen we ook moeten gaan concurreren met andere archeologische
diensten. Waarschijnlijk wordt archeologisch onderzoek straks openbaar
aanbesteed. Maar ik moet de eerste nog zien die goedkoper werkt dan wij."
|
|
|