|
Om nieuwkomers beter in Nederland te laten functioneren, zijn zij sinds september 1998 verplicht een inburgeringsprogramma te volgen. Wat houdt zo'n programma in? Een blik in de wereld waarin buitenlanders medelanders worden.
door
Na het beluisteren van een tekst over volle en halfvolle melk oefenen de cursisten in groepjes van twee. Issam uit Irak heeft een levensmiddelenwinkel in de Waterstraat en weet als een van de weinigen dat het verschil tussen volle en halfvolle melk niet ligt in de hoeveelheid maar in het vetpercentage. Opvallend is dat de meesten graag beter Nederlands willen spreken, maar op hun werk nauwelijks Nederlandse collega's hebben om wat ze leren in praktijk te brengen. Sareh uit Marokko betreurt in bijna vlekkeloos Nederlands, dat zij nog niet in vloeiende volzinnen kan praten. Mihaela uit Roemenië en Volica uit Servië zitten in het midden van het lokaal aandachtig te luisteren. Na de lessen in groepsverband volgen er spreek- en luistervaardigheidoefeningen met koptelefoon in het talenpracticum of woordenschatoefeningen op de computer. Van der Zanden legt uit dat er drie lesniveaus zijn voor de gemiddeld zeshonderd Nijmeegse cursisten per jaar: voor analfabeten, laagopgeleiden en hoogopgeleiden. Het lesgeven ervaart ze als dankbaar werk. "Het opent voor de cursisten de deur naar deelname aan de Nederlandse maatschappij", aldus Van der Zanden. De aanwezigen beamen dit volmondig. Trajectbegeleider Omer Delioglu van de Unit Nieuwkomers van de gemeente Nijmegen vertelt dat het inburgeringsprogramma is bedoeld om nieuwkomers wegwijs te maken in Nederland, niet om ze tot eenheidsworst te kneden. Hij legt uit dat het programma in Nijmegen uit vier fasen bestaat. De eerste fase omvat zeshonderd uur van voornamelijk taallessen en dertig uur maatschappijoriëntatie waarin de Nederlandse cultuur, normen en waarden onder de loep worden genomen. Deze eerste fase wordt in Nijmegen verzorgd door het ROC. Klaarstomen De tweede fase bestaat uit maatschappelijke begeleiding door de Vereniging voor Vluchtelingen en Nieuwkomers (VVN). De nieuwkomer wordt wegwijs gemaakt in het ogenschijnlijke doolhof van scholen, politie en sociale instellingen. Daarnaast wordt geholpen bij het lezen en invullen van formulieren en brieven van (overheids)instanties, het maken van afspraken en het zich aanmelden bij de verschillende verzekeringen. De derde fase bestaat uit een, niet-verplichte, beroepsorëntatie voor nieuwkomers die willen werken. Zij worden doorgestuurd naar het Centrum Baan en Beroep (CBB). En tot slot is er een trajectbegeleiding waarin de nieuwkomer in samenwerking met een begeleider van de Unit Nieuwkomers wordt klaargestoomd om zelfstandig te functioneren in Nederland. In de nabije toekomst wil het huidige kabinet dat nieuwkomers van buiten de Europese Unie verplicht taallessen volgen in het land van herkomst, opdat zij een redelijk basisniveau krijgen. Verder wordt aan asielzoekers pas een verblijfsvergunning verstrekt als zij het inburgeringsexamen met succes hebben afgelegd. Tot slot moeten mensen die al lange tijd in Nederland verblijven maar de Nederlandse taal, normen en waarden niet machtig zijn, ook het programma doorlopen, willen zij bijvoorbeeld hun uitkering behouden. Het inburgeringsprogramma wordt nu nog door de gemeente gesubsidieerd. De regering heeft het plan om de kosten in de toekomst helemaal op de cursist te verhalen. Ter compensatie stelt het kabinet de cursist in het vooruitzicht dat de kosten achteraf via de belastingen gedeeltelijk teruggevorderd kunnen worden. Het is echter onduidelijk hoe dat er in de praktijk uit gaat zien.
|
||||||||||||