De voorkant
De voorpagina is dit nummer ontworpen door Jac Splinter. Jac is ontwerper/beeldend kunstenaar en werkt zowel in 2d als in 3d en is daarnaast werkzaam als docent aan de Open Academie te Bemmel. maar vooral komt hij in het nieuws door acties zoals het onlangs gehouden "Park44".
In het kader van de introductie van nieuwe studenten voor de Nijmeegse Stadskrant een kwartetspel ontworpen.

> Waar in de stad is de Stadskrant altijd gratis op te halen?

Reageren kan op het forum, maar ook via [email protected]; reacties op de site kunnen naar de webmaster (zie colofon voor postadres van de Stadskrant).

De foto's die in de Stadskrant worden gepubliceerd, zijn tegen een financiële vergoeding, na te bestellen.
Indien u hiervoor belangstelling heeft, kunt u contact opnemen met het kantoor van de Nijmeegse Stadskrant.

 
<< terug
Wat heerlijk dat Nijmegen zoveel literair talent kent en dat wij bij de Nijmeegse Stadskrant hieruit kunnen putten voor onze rubriek Lokaal Verhaal.
Inderdaad, geen journalistieke verhalen over Nijmegen, maar fictie. De fantasie bloeit op en tovert bijzondere verhalen te voorschijn.

- Wimpie -

De eerste tekenen van het voorjaar hingen in de lucht. Het nieuwe leven begon geleidelijk de plaats te veroveren die het oude had moeten prijsgeven. Ook ik voelde het voorjaar in mijn lijf prikkelen en besloot naar het park in Brakkenstein te gaan. Wimpie van de plantsoenendienst zat op zijn vaste stek. Ik vroeg waar zijn hond was.
"Die zit achter de merels aan, dat beest zal nooit begrijpen dat ie een vogel niet te pakken kan krijgen. Dieren hebben een gelukkig leven meneer, ze hebben er geen benul van dat ze dood gaan en dus hoeven ze zich ook geen zorgen te maken over hoe ze hun leven zullen indelen."
Wimpie’s logica klonk zoals gewoonlijk zeer overtuigend.

"Wilt u wel geloven dat ik nu pas begin te vermoeden dat bomen een ziel hebben? U moet maar eens goed opletten, als mijn hond er genoeg van heeft dan rent hij als een pijl naar die rode beuk daar, want daar heeft hij iets mee. Hij rent er eerst drie, vier keer omheen en dan komt ie helemaal tot rust en dan gaat ie pak weg vijf minuten dicht tegen de stam gedrukt liggen uitblazen. Kijk, daar gaat ie, ziet u wel?", wees hij triomfantelijk.
Na vijf minuten kwam het dier weer aanlopen, alsof hij wilde zeggen: ziezo, ik heb mijn behandeling gehad. Hij snuffelde aan mijn schoenen als groet, gaf een lik over de hand van zijn baas en ging met een diepe zucht liggen.

"Dieren zijn onbekommerd, maar wij niet omdat we zoveel nadenken over ons bestaan. Maar hoe een dier pijn verwerkt zou ik niet weten, weet u dat misschien? Ik ken iemand die reuma heeft en elke keer als ik haar zie, is ze nog meer vergroeid en verschrompeld en ze heeft de hele dag pijn. Haar vader was kunstschilder en zelf maakte ze ook prachtige schilderijen en aquarellen. Ze denkt natuurlijk na over haar

afschuwelijke bestaan en we praten ook weleens over doodgaan. Een paar maanden geleden vertelde ze, dat ze zoals gewoonlijk haar beha voor het gemak achterstevoren had aangedaan, maar ze kon het ding niet meer terugdraaien.

Haar hulp had haar moeten helpen, want haar vergroeide handen lieten het afweten. Toen zeg ik: ‘Heb je verdomme nou nooit eens zin om een stuk in je kraag te drinken om even verlost te zijn van al die ellende?’ Ze zegt: ‘Als ik niet rookte ging ik aan de fles, maar die kan ik niet open krijgen.’"

"De manier waarop ze me met haar grote blauwe en natte ogen aankeek meneer. Ik ging door de grond en toen zei ze: ‘Ach Wimpie, ik heb geleerd dat ik me eraan moet overgeven, anders blijf ik in het duister lopen en ik wil de zin ervan een beetje begrijpen. Ik ben iemand die licht nodig heeft om te kunnen zien wat ik schilder, snap je?’"
"Nou, daar begreep ik geen fluit van en toen zei ze: ‘Ik verteer bij het leven, ik sterf iedere dag een beetje en ik heb er nu ook nog gordelroos bij gekregen en dat doet zo verdomde veel pijn. Natuurlijk vind ik het niet leuk om dood te gaan, maar ik weet wél dat mijn dood tot iets nieuws zal leiden en dát vind ik nogal opwindend en positief. Het geeft me kracht om verder te gaan en daarom laat ik mij telkens weer overeind helpen. Ik zoek steun bij mensen die me heel erg na staan, zoals jij. Ik laat me nog niet kisten hoor, ik wil nog wel graag even in de buurt blijven. En toen gaf ze me een kus…"
Wimpie stond op en veegde zijn ogen af.
"Ze is vorige week overleden meneer…"
Hij lijnde de hond aan, draaide zich om en slofte weg.


Klaas Tesser debuteerde dit jaar op 76-jarige leeftijd met de roman Sylvia.
Het verhaal van dit boek speelt zich af in Indonesië, waar Tesser tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van 1947 tot 1950 als militair diende. Vanaf 1967 was hij twintig jaar werkzaam op de Universiteitsbibliotheek.