<< terug

Kunstenaars moeten commerciëler

Nieuwe bestemming voor vrijhaven Villanova?

Reageer op dit artikel in het forum

Eerst moesten de kunstenaars de Snijderskazerne verlaten. Nu die eindelijk een nieuw onderkomen hebben gevonden, dreigt Villanova eenzelfde lot. Hoewel de gemeente met haar beleid een goede doorstroming van kunstenaars wil bevorderen, betekent dit in de praktijk veel onzekerheid en een continu gevecht om betaalbare atelierruimte.

door Judith van der Graaf

Donkere wolken hangen boven Villanova, het kunstenaarspand aan de rand van de wijk Wolfskuil. In het pand zijn al 12,5 jaar kunstenaars aan het werk in de oude lokalen. De veertien huidige bewoners zouden er graag tot in de lengte der dagen willen blijven en de schrik was dan ook groot, toen ze een half jaar geleden hoorden dat ze het pand waarschijnlijk moeten verlaten. De gemeente is bezig met een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheid om een trainingscentrum in het pand te realiseren, wat een functie moet krijgen voor de werklozen in de wijk. Het duurt nog minstens een jaar voordat dat onderzoek is afgerond en uiteindelijk moet de politiek erover beslissen. Marleen de Betué, directeur van het DAK (stichting voor atelierbeheer) wil ondertussen nog kijken of het haalbaar is om het pand van de gemeente te kopen, maar houdt er rekening mee dat de kunstenaars op den duur weg moeten.

De kunstenaars vinden echter dat ze hun plek in de wijk wel verdiend hebben. Hun aanwezigheid heeft rust gebracht op deze plek, die nog niet zo lang geleden onveilig werd gemaakt door groepen hangjongeren. Ook de bewonersgroep Wolfskuil pleit ervoor dat de situatie blijft zoals die nu is. Hans Vos, één van de kunstenaars van Villanova, beseft dat de kans daarop klein is: "De tijden veranderen. De gemeente is een firma geworden en het atelierbeleid is niet hun eerste prioriteit. Als uit het onderzoek van de gemeente blijkt dat Villanova de beste locatie is voor hun plannen, dan moeten we eruit. Tenzij we zelf met een geweldig plan komen." Dus broedt Villanova op een eigen plan, dat eerder op tafel moet liggen dan dat van de gemeente. Het zal een commercieel aantrekkelijk alternatief moeten bieden. Door de kunstenaarsactiviteiten te combineren met culturele bedrijfjes bijvoorbeeld, en het pand efficiënter te gebruiken. Binnen het pand is er verdeeldheid over zulke plannen. Sommigen vinden het wel goed dat het pand dan een wat meer representatieve uitstraling krijgt en hebben daar ook wel geld voor over. De meeste kunstenaars zijn volgens Vos echter "arme sloebers", die dat geld simpelweg niet op kunnen brengen. Die zullen dan toch echt naar een andere locatie moeten uitzien.

Berg en Dal

Het geval van Villanova staat niet op zichzelf. Volgens de Betué is de gemeente steeds minder scheutig met panden die kunstenaars zolang mogen gebruiken. Aan het DAK de taak om de kunstenaars steeds weer van onderdak te voorzien. Pas vorige week werd het contract eindelijk getekend voor de nieuwe ruimte waar de kunstenaars uit de Snijderskazerne voorlopig in terecht kunnen. Door wat meer huur te vragen aan de bedrijfjes, met wie de kunstenaars de 'Meerberg' in Berg en Dal zullen delen, probeert het DAK de ruimtes betaalbaar te houden. De Betué ziet toekomst in dit soort constructies: meer panden via de particuliere markt, om daar kunstenaars en bedrijfjes samen te combineren. Voorlopig blijft het echter onrustig. Na de Snijderskazerne en Villanova heeft de gemeente wel weer plannen met een van de andere panden. Het DAK beheert nu 144 ateliers in veertien panden. De Betué vermoedt dat de problemen pas opgelost zijn met tweehonderd ateliers, de helft tijdelijke en de helft permanente ruimtes. Pas dan zouden de wachtlijsten verdwijnen en kunstenaars snel doorstromen naar de meest geschikte ruimte. Tot die tijd blijft het dweilen met de kraan open.