|
Betogers over wat hen beweegt Twee keer tegen de oorlog Op 22 maart 2003, anderhalf etmaal na het begin van de oorlog tegen Irak, vertrekken uit Nijmegen vier bussen met betogers naar de landelijke demonstratie in Amsterdam. Onder hen zijn Katerina Manevska (17) en Tineke Hendriks (49). Waarom gaan ze demonstreren? En is hun standpunt vier weken later veranderd na de val van Bagdad? door Waldemar Krijgsman
Katerina Manevska, 17 jaar en scholiere, zet zich sinds september 2002 actief in voor het Nijmeegs Platform Tegen de Oorlog. Dat is opgericht in de nasleep van ‘11 september’, toen er werd gedemonstreerd tegen de oorlog in Afghanistan. Vanaf oktober 2002 zijn er - zoals dat in betogersjargon heet - ‘demo’s’ tegen een oorlog in Irak. De busreis naar de demonstratie in Amsterdam heeft Manevska mede georganiseerd. Haar drijfveer is niet alleen pacifisme. “Ik ben tegen het hele systeem dat achter deze oorlog zit. Het werkelijke motief voor de aanval zijn de economische belangen van de VS. En niet de bevrijding van de bevolking en het onschadelijk maken van massavernietigingswapens. In de regering van Bush zitten veel mensen die banden hebben met de olie en de wapenindustrie. Op deze manier hopen de VS greep te krijgen op het Midden-Oosten en steun te geven aan Israël. Met deze demonstratie willen we aan de Nederlandse regering laten zien dat we het nog steeds niet eens zijn met de oorlog.” Ze besluit met een aansporing: “Blijf waakzaam: want hoe gaat het na de oorlog verder in Irak?” Zinloos geweld Vier weken later is Bagdad veroverd door de VS en hun Britse bondgenoten. Het verloop van de oorlog heeft Manevska’s standpunt niet veranderd. “Ik ben nog steeds tegen de oorlog, om dezelfde redenen als tevoren. Ik zie het niet als een bevrijding maar als een bezetting van Irak. Het verbaast me niet dat er in de VS geluiden klinken om na Irak mogelijk Iran aan te pakken, want dat land behoort volgens de VS ook tot de As van het Kwaad. Ook dat zou een actie zijn waar ik absoluut niet achter sta.” Tineke Hendriks, 49 jaar, managementassistente bij het maatschappelijk werk, beleeft haar allereerste demonstratie. “Ik ben tegen zinloos geweld, en daar valt dit voor mij ook onder. Deze oorlog is niet mijn manier om een probleem op te lossen. Ik demonstreer uit een gevoel van machteloosheid en zo kan ik een gebaar maken. Juist nu is het zinvol. En het is ook hard nodig, dit is het enige wat je nog kunt doen. Ik kan niet voor mezelf zeggen: Saddam moet weg om die en die reden, dat is te simpel. Misschien is iedereen wel blij als hij weg is. Maar wie is de volgende patiënt? Wie bepaalt wie waar mag blijven zitten? Ik zeg niet dat je niets moet doen, maar het gaat mij te ver om een oorlog te voeren waarvoor brede internationale steun ontbreekt. Bovendien, wat haalt het overhoop in de regio? Lost het echt iets op? Wellicht zorgt het voor nog meer ellende in het Midden-Oosten. Hoe moet dat gaan tussen Turkije en de Koerden? Kijk eens naar Afghanistan: de Taliban zijn nu weg, maar zijn de Afghanen nu bevrijd en leven ze lang en gelukkig?” Vier weken later is Bagdad in Amerikaanse handen. Is Hendriks anders over de oorlog gaan denken? “Nee. Ik vind het nog steeds een slechte zaak en ik ben bang dat het geen oplossing biedt. Ik hoop op een snelle afloop. Het is echt weerzinwekkend en afschuwelijk. Pas hoorde ik ergens de uitspraak: ‘de VS hebben de oorlog bijna gewonnen; nu de vrede nog’, en dat vind ik erg treffend.” De motieven van Bush vindt Hendriks dubieus: “Hij zegt iedere keer wat anders. Eerst wil hij de oorlog voeren om het terrorisme te bestrijden, dan omdat Irak massavernietigingswapens heeft, dan weer om Saddam te verdrijven en de Irakezen te bevrijden. Ik vind dat zulke zaken via de Verenigde Naties moeten gaan. Geen soloacties graag. Wie maakt de ranglijst van ’s werelds gevaarlijkste landen en op basis van wat?”
|
||||||||||||